Deze vraag is van groot belang voor zowel opdrachtgevers als ontwerpers van producten.
Op veel producten rusten auteursrechten. Het uiterlijk van een product is immers meestal het gevolg van allerlei keuzes. Keuzes over vorm, kleur, materiaal, etcetera, die niet door de functie van het product gedicteerd worden. Dit geldt voor alle mogelijke producten, van aanstekers tot zwembaden. Het auteursrecht ontstaat door het maken van een ontwerp. Hiervoor is geen registratie, depot of iets dergelijks noodzakelijk. Op grond van zijn auteursrecht kan de ‘maker’ anderen verbieden zijn ontwerp te gebruiken of verplichten daarvoor een vergoeding te betalen.
Wie krijgt de auteursrechten en/of modelrechten? De ontwerper, zijn werkgever of de opdrachtgever?
Uitgangspunt van de Auteurswet is dat de ‘maker’ van het ontwerp de auteursrechthebbende is. Met ‘maker’ wordt primair degene bedoeld die het feitelijke ontwerpwerk heeft verricht. Als dit ontwerpwerk echter in het kader van een dienstverband wordt verricht, wordt de werkgever van de feitelijke ontwerper beschouwd als ‘maker’.
Een nieuw uiterlijk van een product kan ook als een modelrecht worden geregistreerd. Hiervoor is wel een modeldepot nodig. Als een model in opdracht is gemaakt én bedoeld is om op grotere schaal te maken en te verkopen, kent de wet aan de opdrachtgever van dat model het recht toe dat model op zijn naam te deponeren. De opdrachtgever die, rechtmatig, het voor hem ontwikkelde model deponeert wordt op grond van de wet ook meteen de auteursrechthebbende van dat ontwerp. Partijen mogen echter iets anders afspreken.
Geen model gedeponeerd. Wat dan?
Veelal zal een ontwerp echter niet als model gedeponeerd worden. Wat dan? Het Hof te Amsterdam heeft begin 2009 een geschil beslecht tussen een opdrachtgever en haar externe ontwerper. De ontwerper had in opdracht kantoormeubelen ontworpen. Partijen waren als vergoeding een uurtarief en 10 jaar 1,5% van de betreffende omzet overeengekomen. Na die 10 jaar wilde de opdrachtgever de verkoop van de meubels voortzetten zonder de ontwerper verder nog iets te betalen. De ontwerper beriep zich op zijn auteursrecht en vorderde voor de rechter een verbod tegen zijn oude opdrachtgever. Het Hof oordeelde dat -nu partijen niets hadden afgesproken over de auteursrechten- niet de ontwerper, maar de opdrachtgever de auteursrechthebbende van het model was. Het feit dat de opdrachtgever geen modeldepot had verricht deed daar niets aan af, aldus het Hof. De vordering van de ontwerper werd afgewezen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: