Het komt vaak voor dat over de opname van vakantiedagen discussies ontstaan. Onderstaand enkele aandachtspunten op een rijtje.
Wensen werknemer staan in principe centraal
Het uitgangspunt is dat vakantie wordt vastgesteld conform de wensen van de werknemer. Het kan zijn dat er afspraken zijn opgenomen in de arbeidsovereenkomst of CAO waardoor de werkgever zich tegen de wensen van de werknemer kan verzetten. De werkgever dient dan ‘gewichtige redenen’ te hebben: de vakantie van de werknemer zou tot ernstige verstoring van de bedrijfsvoering moeten leiden.
Opname van vakantiedagen bij einde dienstverband
In het zicht van de beëindiging van een dienstverband wordt de werknemer meestal vrijgesteld van zijn werkverplichtingen. De verhoudingen zijn dan doorgaans verstoord waardoor in dergelijke gevallen de vrijstelling van werk voor beide partijen beter is. Kan de werkgever dan de werknemer dwingen om zijn resterende vakantiedagen op te nemen? Het antwoord luidt in de meeste gevallen: nee.
Recente uitspraak
In een recente uitspraak van de rechtbank is dit nogmaals duidelijk bevestigd. Met name het uitgangspunt om bij te dragen aan flexibilisering van arbeid en arbeidspatronen woog in deze uitspraak zwaar. Hierdoor heeft de werknemer meer mogelijkheden om vakantierechten flexibel in te zetten. Bij dit uitgangspunt past niet het recht voor de werkgever om eenzijdig vakantie op te leggen, ook niet aan het einde van de arbeidsovereenkomst.
Contractuele afspraak
Wel was in deze zaak in de arbeidsovereenkomst overeengekomen dat de werkgever eenzijdig vier vakantiedagen per jaar kon vaststellen. Deze uitzondering is in de wet toegestaan. In het licht van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst had de werkgever hier het recht om in elk geval die vier dagen aan te merken als vakantiedagen; de resterende vakantiedagen diende de werkgever uit te betalen.
Juridische discussie
In literatuur en jurisprudentie worden overigens vraagtekens gezet bij de uitzondering in de wet waarin staat dat in een arbeidsovereenkomst of CAO afgeweken kan worden van het uitgangspunt dat de vakantie wordt vastgesteld conform de wensen van de werknemer. Zo wordt verwezen naar de wetsgeschiedenis, waaruit zou blijken dat een dergelijke schriftelijke overeenkomst, alleen toegestaan zou zijn in situaties waarbij wordt gedacht aan een collectieve bedrijfstakvakantie, zoals in de bouwsector. De rechtbank Alkmaar heeft in 2006 een CAO bepaling in strijd geacht met de wet, waarbij de werknemer vóór het einde van de arbeidsovereenkomst de vakantie diende op te nemen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: