Uit het oogpunt van efficiëntie en kostenbesparing wordt tegenwoordig steeds vaker elektronisch gecontracteerd. Aanbiedingen komen binnen per e-mail, bestellingen worden online gedaan, de bevestiging van de bestelling en ook de factuur komen elektronisch binnen. De wet geeft hiertoe ook de mogelijkheid door elektronisch in beginsel gelijk te stellen aan schriftelijk.
Dat deze regel geldt bij het sluiten van overeenkomsten is helder. Minder helder is de toepasbaarheid van deze regel wanneer een van de contractspartijen zijn verplichtingen uit hoofde van de overeenkomst niet nakomt. Indien in dat geval over wordt gegaan tot een ingebrekestelling langs elektronische weg, in hoeverre is deze ingebrekestelling dan rechtsgeldig?
Bij de implementatie van de E-Commerce richtlijn in 2004 is het huidige artikel 6:227a van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingevoerd. In dit artikel worden schriftelijk en elektronisch gelijk gesteld voorzover sprake is van het sluiten van een overeenkomst. Wanneer een ingebrekestelling wordt verstuurd is echter geen sprake meer van het sluiten van een overeenkomst. De gelijkstelling van schriftelijk en elektronisch zoals bedoeld in artikel 6:227a BW lijkt dus niet te gelden voor de ingebrekestelling. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel tot invoering van dit artikel werd hierover aangegeven dat niet was gekozen tot gelijkstelling van schriftelijk en elektronisch voor alle rechtshandelingen (waaronder de ingebrekestelling), énkel om de implementatie van de richtlijn niet te vertragen. Dit heeft echter geleid tot veel onduidelijkheid en discussie in de literatuur en jurisprudentie.
Op dit moment is een wetsvoorstel aanhangig tot aanpassing van artikel 6:227a BW. Het lag op de weg van de overheid om nu duidelijkheid te scheppen in de (discussie over de) rechtsgeldigheid van een elektronische ingebrekestelling. Helaas heeft de wetgever deze mogelijkheid niet aangegrepen. Zoals het er nu naar uitziet zal de onduidelijkheid in de wet blijven bestaan. Ook in het wetsvoorstel wordt namelijk de gelijkstelling van schriftelijk en elektronisch nog altijd beperkt tot het sluiten van overeenkomsten.
Doordat in de literatuur en jurisprudentie nog altijd veel discussie bestaat over de toelaatbaarheid van elektronische ingebrekestellingen, is het ten zeerste aan te raden om een ingebrekestelling altijd (ook) op papier te versturen. In een eventuele procedure kan dit u een punt van geschil schelen.
Voor meer informatie over elektronisch contracteren kunt u contact opnemen met mr. Frederick Leentfaar