Ondernemers willen graag de risico’s van verschillende ondernemingsactiviteiten spreiden. Daarom worden die activiteiten vaak ondergebracht in verschillende rechtspersonen, die samen met elkaar een concern vormen. Binnen zo'n concern kunnen verschillende verbanden bestaan; in de vorm van eigendom en zeggenschap, maar ook andere financiële banden (rekening-courant verhoudingen). Daar is niets mis mee, maar er zijn grenzen, die met name in zicht komen als de belangen van crediteuren worden veronachtzaamd.
Praktijkcase
De Comsys groep bestond uit een holding als moedermaatschappij (“Holding”), die enig aandeelhouder en bestuurder was van een aantal werkmaatschappijen. De werkmaatschappijen hielden zich bezig met de verkoop en installatie van voice response systemen. In een van de werkmaatschappijen (“Services”) was voornamelijk het personeel ondergebracht en in een andere werkmaatschappij (“Comsys”) werden de contracten met afnemers en leveranciers ondergebracht. Voor de werkzaamheden van het personeel factureerde Services aan Comsys en aan Holding, voor wie ook werd gewerkt.
Faillissement werkmaatschappij
Services was structureel verlieslatend. Dit werd mede veroorzaakt door het feit dat de doorbelasting van de kosten aan Holding en aan Comsys niet dekkend was. Services werd in leven gehouden door rekening-courantfinanciering door Holding en Comsys. Dat is een aantal jaren zo gegaan en de verliezen (en dus de rekening-courantschuld van Services) liepen navenant op.
Op enig moment heeft de bank van Services het krediet aan haar met onmiddellijke ingang beëindigd. Holding, als aandeelhouder van Services, zag zich toen genoodzaakt het faillissement van Services aan te vragen.
Afhandeling faillissement; Holding aansprakelijk
De curator in het faillissement stelt Holding (en Comsys overigens, maar dat terzijde) aansprakelijk voor de schade, bestaande uit het tekort in het faillissement van Services. De curator stelt daartoe dat Holding onrechtmatig heeft gehandeld jegens de crediteuren van Services, doordat Holding een structuur heeft opgezet waarbij de ten behoeve van Holding en Comsys gemaakte kosten niet volledig werden doorbelast, als gevolg waarvan Services reeds enkele jaren verlieslatend was en haar schuldeisers slechts volledig kon voldoen doordat Holding en Comsys de verliezen aanvulden door financiering in rekening-courant. Holding heeft de potentiële schuldeisers van Services niet gewaarschuwd voor de aan die structuur inherente risico’s, die nog vergroot werden doordat alle activa van Services aan de Rabobank waren verpand.
Holding verweert zich bij de rechter tegen deze aantijgingen van de curator. De rechter honoreert echter de stellingen van de curator. Door de onderneming zo te structureren als zij heeft gedaan, heeft Holding een bijzondere zorgplicht op zich genomen jegens de crediteuren van Services, welke zorgplicht zij heeft geschonden door Services uiteindelijk te laten failleren en de crediteuren van Services met lege handen achter te laten.
Tot slot
Voor de praktijk hoeft deze uitspraak niet te worden gezien als een halt aan het structureren van ondernemingen in verschillende vennootschappen teneinde risico’s te beperken en te beheersen. Dat blijft zinvol en legaal, maar voortdurend zal de moedermaatschappij bij haar besluitvorming de belangen van de crediteuren van de werkmaatschappijen waarvan zij zich bedient moeten aantrekken. Bijvoorbeeld door rondom de betreffende werkmaatschappijen niet een onterechte schijn van kredietwaardigheid te laten ontstaan, of, zo die onterechte schijn dreigt te ontstaan, daarover duidelijkheid te scheppen jegens de crediteuren (wat wel direct het begin van het einde zal zijn overigens). De kern van het probleem in de onderhavige zaak lag natuurlijk in het feit dat niet de juiste kosten werden doorberekend en dat letterlijk ten koste van de crediteuren van Services dat voordeel in de zakken van Holding en haar andere dochter verdween. Dat hier een afstraffing volgde is goed te begrijpen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: