Deze eenvoudige ‘optelsom’ (bruikleen + vergoeding = huur) kan soms onbedoelde en vervelende consequenties hebben voor huiseigenaren. Wees dus bedacht op constructies die niet van huur spreken, maar op grond van de wet en jurisprudentie wel zo opgevat moeten worden.
In de huidige vastgoedmarkt, waarin huizen langer te koop staan, worden huizen tijdelijk aan derden in gebruik gegeven om de lasten te drukken. Als daar een vergoeding tegenoverstaat, is al snel sprake van huur.
Verschil tussen huur en bruikleen
De wet maakt onderscheid tussen huur en bruikleen. Bij beide vormen wordt een pand aan een derde in gebruik gegeven. Bij bruikleen gebeurt dat ‘om niet’. Bij huur wordt een tegenprestatie gevraagd.
Een huurder van woonruimte komt vergaande huurbescherming toe. Zo’n huurder kun je er bijvoorbeeld niet zo maar uitzetten als het huis is verkocht en ontruimd moet. Zelfs al zou dat van te voren zijn afgesproken dan nóg kan huurder een beroep op huurbescherming doen.
Bruikleen- of huurovereenkomst?
In de praktijk tracht men aan deze (nadelige) gevolgen te ontkomen door een bruikleenovereenkomst te sluiten en de vaste lasten bij de gebruiker neer te liggen. Ook al wordt dit geen ‘huur’ genoemd, toch wordt dit als een tegenprestatie gezien die geheel als huur kwalificeert.
Gelet op de ratio van het Huurrecht (de bescherming van de huurder) ziet een rechter er al snel een ontduikingsconstructie in. Met als gevolg dat deze huurder mag blijven zitten. In het slechtste scenario kan de verkoper het huis dan niet tijdig leeg leveren aan de koper en riskeert hij een boete en/of schadevergoeding.
Oplossing
Deze nadelige gevolgen kunnen mogelijk worden voorkomen door voor aanvang van het gebruik een vergunning voor tijdelijke verhuur aan te vragen op grond van de Leegstandswet. Het loont zeker de moeite om te bezien of aan de voorwaarden voor een dergelijke vergunning kan worden voldaan.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: