Met enige regelmaat verschijnen er artikelen in de krant over problemen rond de betaling van alimentatie. Zelfs het acht uur journaal had hierover onlangs een item. De alimentatie wordt niet op tijd betaald, de alimentatieplichtige (doorgaans nog steeds de man/vader) past eigenhandig kortingen toe op de door de rechtbank vastgestelde alimentatie en/of betaalt uiteindelijk helemaal niet meer. Welke mogelijkheden zijn er?
De problemen rond de alimentatiebetaling worden deels veroorzaakt door de economische recessie. In betere tijden is vaak een hoge alimentatie vastgesteld waarbij met name rekening is gehouden met bonussen en/of dividenden als extra inkomsten. Als die bonussen wegvallen of de alimentatieplichtige raakt werkloos dan heeft dat direct gevolgen voor de alimentatiebetaling en kan deze vaak niet meer plaatsvinden. In de meest gunstige gevallen kan eerst nog worden ingeteerd op het vermogen. Steeds vaker wordt een beroep gedaan op het LBIO (Landelijk Bureau Inning onderhoudsbijdragen) om achterstallige alimentatie (trachten) te incasseren.
Waar de alimentatiegerechtigde naar het LBIO kan stappen om de alimentatie alsnog trachten te incasseren, kan de alimentatieplichtige wijziging vragen van de alimentatie op grond van wijziging van omstandigheden. Dit kan ook als de alimentatie voorlopig (als noodmaatregel) is vastgesteld. Om van een alimentatieverplichting bevrijd te worden is zo’n wijzigingsverzoek wel noodzakelijk. De rechter kan de nieuwe of op nihil vastgestelde alimentatie met terugwerkende kracht laten ingaan tot het moment waarop de man aan de vrouw heeft laten weten niet langer tot alimentatiebetaling in staat te zijn. Vanaf dat moment kon de vrouw immers rekening houden met een vermindering of zelfs nihilstelling van de alimentatie.
In de jurisprudentie is een aantal gevallen bekend waarbij de kredietcrisis en/of recessie hebben geleid tot het bevrijden van alimentatieplichtigen van torenhoge alimentaties. Een sprekend voorbeeld is een uitspraak van het Gerechtshof in Den Haag waarin het hof overwoog dat “het weinig rekenkundig inzicht behoeft om vast te stellen dat uit een bruto maandinkomen van € 7.000,-- geen partner-/kinderalimentatie kan worden voldaan van € 27.000,-- per maand”! In dit geval was een extreem hoge alimentatie vastgesteld (kennelijk was het inkomen van de man daar ook naar). Maar ook in minder extreme gevallen kan het lonen om te bezien of het indienen van een wijzigingsverzoek uitkomst kan bieden.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: