Op 1 november 2009 zijn de nieuwe algemene bankvoorwaarden (hierna ABV) van kracht geworden. Door de nieuwe voorwaarden verandert er in de relatie tussen banken en cliënten veel. De sectie insolventierecht belicht in het kader van deze nieuwsbrief artikel 24 ABV.
Door artikel 24 ABV verpandt de cliënt aan de bank tot zekerheid van al hetgeen de bank op enig moment uit welke hoofde ook van de cliënt te vorderen heeft:
(i) alle (geld)vorderingen die de cliënt, uit welke hoofde dan ook, op de bank heeft of verkrijgt;
(ii) alle zaken, waardepapieren, effecten en andere financiële instrumenten die de bank of een derde voor haar, uit welke hoofde ook, van of voor cliënt onder zich heeft of verkrijgt;
(iii) alle aandelen in verzameldepots, die de bank onder haar beheer heeft of verkrijgt;
(iv) alle goederen die in de plaats van de goederen onder (i), (ii) of (iii) zullen treden;
Daarnaast geeft de cliënt de bank onherroepelijk volmacht, met het recht van substitutie, om goederen namens de cliënt, steeds opnieuw, aan zichzelf te verpanden en alles te doen wat nodig is voor die verpanding.
Bovendien bepalen de ABV dat de cliënt ervoor instaat dat hij tot de verpanding bevoegd is en dat de betreffende goederen vrij (zullen) zijn van rechten en aanspraken van anderen dan de bank.
Dat is nogal wat. De reikwijdte van de hiervoor aangehaalde verpandingsbepaling is groot en geeft de bank veel (aanvullende) zekerheden. Bovendien geeft de cliënt aan de bank volmacht om zelf haar positie te ‘verbeteren’.
Het is goed dat u zich daarvan bewust bent.
Voor vragen over de nieuwe Algemene Bankvoorwaarden kunt u bij ons terecht.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met: